Een rood label op zijn billen en verder gaat het over ándere brillen.

Theo trente cinq

Tja, grapt hij, want op TV maken ze reclame voor heel andere prijzen. Ik knik en wacht nog heel even af. En ja hoor, daar komt die bekende vraag:

Uw brillen zijn veel kostbaarder, hoe kan dat?

Het is een knappe vent! Ja sorry, heb mijn ogen niet in mijn zak natuurlijk. Een fijne bos donkere krullen, goed lijf omhuld door een hippe outfit.  Zijn schoenen met blauwe zool schreeuwen ‘Van Bommel’. De fancy jeans met het rode label op zijn billen (mijn oog viel er op …) zegt ‘Levi’s’. Het grove horloge om de pols roept ‘Diesel’. En zo kan ik best nog even doorgaan

De vraag die hij me stelt kan ik pareren met iets flauws. Zoiets als:
Een spijkerbroek heb je voor 3 tientjes, waarom kies jij er een voor 15 tientjes? En dan zal ik lief blijven door niet over zijn schoenen te beginnen.

Nee, normaal gesproken ga ik heel geduldig uitleggen over de manier van inkoop (per honderden stuks), keuzes van materiaal (sneller gebruikssporen), de kwaliteit (garantie), aftersales (service), etc. etc.

Dan wordt er altijd heftig geknikt. Op zo’n manier van ‘logisch en eigenlijk wist ik dat wel, wilde het gewoon nog eens van je horen’.

Vanaf vandaag wil ik het eens anders gaan proberen. Ik ga een kort antwoord geven. Even oefenen:

De klant: Deze brillen zijn duurder dan je op TV ziet. Hoe kan dat?
Ik: Omdat ik ervoor kies een ánder product aan te bieden.

Dan ben ik toch ook klaar?

Comments are closed.